Kiezen8 min leestijd

kVA berekenen voor je aggregaat: stappenplan met voorbeelden

Technicus stelt de bediening van een installatie in
In dit artikel

Een aggregaat gehuurd, alles aangesloten, en de eerste vijf minuten loopt alles prima. Dan start de compressor of betonmixer op, en meteen valt alles uit. De kans is groot dat het benodigde kVA-vermogen is onderschat — een van de meest voorkomende misstappen bij het huren van een aggregaat. Met een goede berekening verklein je die kans aanzienlijk. Je vindt hier de formules voor éénfase en driefase, uitleg van cos φ en inschakelstroom, een overzichtstabel met veelgebruikte apparaten en drie concrete rekenvoorbeelden.

Wat is kVA en waarom verschilt het van kW?

kW is het nuttige vermogen: de energie die een apparaat daadwerkelijk omzet in arbeid, warmte of licht. kVA is het schijnbaar vermogen: het totale vermogen dat een aggregaat moet leveren, inclusief het deel dat door inductieve lasten niet productief wordt gebruikt. Je dimensioneert een aggregaat altijd op kVA, omdat de generator dat volledige schijnbare vermogen moet kunnen leveren. Een apparaat dat 8 kW aan nuttig vermogen afneemt, vraagt bij een lage vermogensfactor al snel 10 kVA of meer.

Cos φ: de vermogensfactor die alles beïnvloedt

Cos φ (kosinus fi) is de verhouding tussen actief en schijnbaar vermogen: kVA = kW ÷ cos φ. Hoe lager de cos φ, hoe zwaarder het aggregaat dat je nodig hebt. Typische richtwaarden: elektrische motoren 0,80 tot 0,85, verlichting zonder vermogenscompensatie 0,50, en kantoor- en IT-apparatuur 0,85 tot 0,90. Een motor draait bij volle belasting doorgaans efficiënter dan bij deellast, dus deze waarden variëren per situatie. Een betonmixer met cos φ 0,80 vraagt 25% meer kVA dan je op basis van het kW-verbruik zou verwachten.

De formules voor éénfase en driefase

Voor éénfase op 230 V geldt: kVA = (230 × A) ÷ 1.000. Een aggregaat dat 16 A levert op 230 V heeft dus 3,68 kVA. Voor driefase op 400 V geldt: kVA = (√3 × 400 × A) ÷ 1.000, waarbij √3 ≈ 1,732. Bij 16 A per fase geeft dat circa 11,1 kVA. Die √3-factor maakt een wezenlijk verschil: driefase is niet simpelweg driemaal éénfase. Ken je alleen het kW-verbruik, gebruik dan kVA = kW ÷ cos φ.

Handig om te weten voor het omrekenen naar ampère: bij 230 V éénfase komt 1 kVA overeen met circa 4,35 A, bij 400 V driefase met circa 1,44 A per fase.

Stroomverbruik van veelgebruikte apparaten

De exacte waarden staan altijd op het typeplaatje; gebruik deze tabel als indicatieve richtlijn.

ApparaatNominaal vermogenCos φBenodigde kVA
Betonmixer1.500 W0,801,9 kVA (hoge startstroom)
Cirkelzaag1.200 W0,851,4 kVA (korte startpiek)
Magnetron1.000 W1,001,0 kVA (geen startstroom)
Led-verlichting (10 spots)500 W0,950,53 kVA
Airco split2.500 W0,852,9 kVA (hoge startstroom)
Compressor2.200 W0,802,75 kVA nominaal

Inschakelstroom: de piek die aggregaten overbelast

Inductieve lasten zoals compressoren, betonmixers en pompen trekken bij het opstarten doorgaans 5 tot 7 keer hun nominale stroom; bij sommige motortypen loopt dat op tot 8 keer. Een compressor van 2,2 kW trekt bij een directe start tijdelijk het equivalent van circa 11 tot 15 kW. Dat duurt maar een fractie van een seconde, maar een aggregaat dat precies op zijn limiet is gedimensioneerd valt bij die piek alsnog uit. Softstarters en ster-driehoekschakelingen brengen de inschakelstroom terug tot ongeveer 2 à 3 keer het nominale vermogen — vraag je verhuurder of dat voor jouw situatie relevant is.

Vuistregel: reken met factor 6 bij directe starts. Starten er meerdere motoren tegelijk, tel dan hun startstromen bij elkaar op. Je hoeft echter niet alles tegelijk te laten opstarten: bepaal welke machine als laatste inschakelt en tel haar startvermogen op bij het draaiende vermogen van de rest.

Drie rekenvoorbeelden uit de praktijk

Voorbeeld 1: tuinfeest of verbouwing thuis

Éénfase, 230 V. Twee buitenlampen (200 W), muziekinstallatie (400 W) en een kleine betonmixer (1.500 W) geven 2.100 W nominaal, ofwel circa 2,5 kVA bij cos φ 0,85. Maar de betonmixer trekt bij het starten 6 × 1.500 W = 9 kW piek, ofwel circa 10,6 kVA. Met de veiligheidsmarge: 10,6 × 1,25 ≈ 13,3 kVA. Je hebt dus minimaal 14 kVA nodig. Een aggregaat van 3 kVA lijkt op papier genoeg voor het nominale verbruik, maar valt bij elke motorstart direct uit.

Voorbeeld 2: buitenevenement

20 led-spots (2.000 W), geluidsinstallatie (2.000 W) en twee koelkasten (elk 300 W) geven bij cos φ 0,90 circa 5,1 kVA nominaal. De inschakelstroom van de koelkasten voegt 6 × 600 W = 3.600 W toe, ofwel circa 4,0 kVA extra. Totale piek: 9,1 kVA. Met 25% marge kom je op 11 à 12 kVA.

Voorbeeld 3: bouwplaats met zware machines

Driefase, 400 V. Betonmixer 2,2 kW, boorhamer 1,5 kW, bouwlamp 1 kW en compressor 4 kW geven 8,7 kW, ofwel circa 10,6 kVA nominaal bij cos φ 0,82. De compressor trekt bij directe start 6 × 4 kW = 24 kW piek, circa 29 kVA — veruit de dominante piek. Met marge: 29 × 1,25 ≈ 36 kVA. Kies hier een aggregaat van minimaal 40 kVA.

Waarom een marge van 20 tot 30% de norm is

Aggregaten die continu op hun maximum draaien slijten sneller en vallen bij elke extra piek uit. Bij circa 70% belasting verbruikt een aggregaat bovendien grofweg 10 tot 25% minder brandstof per uur dan op vollast, en heeft de motor nog ruimte om te reageren op plotselinge belastingtoenames. De meeste fabrikanten hanteren daarom een aanbevolen marge van 20 tot 30% boven het berekende totaal inclusief startstroom.

Het stappenplan in vijf stappen

  1. Begrijp het verschil tussen kW en kVA via cos φ.
  2. Gebruik de juiste formule: éénfase (230 × A) ÷ 1.000 of driefase (1,732 × 400 × A) ÷ 1.000.
  3. Zoek de nominale waarden op in de tabel en controleer het typeplaatje.
  4. Bereken de inschakelstroom van inductieve lasten met factor 6 en tel alles op tot de piekwaarde.
  5. Vermenigvuldig die piekwaarde met 1,25 voor het definitieve minimum in kVA.

Weet je je kVA-behoefte? Geef bij je aanvraag ook door of je éénfase of driefase nodig hebt, wat de huurperiode is, of je bezorging wilt en of je zakelijk factureert. Met die gegevens stelt een verhuurder direct een passende offerte op. Via Aggregaatcentrale vraag je gratis en vrijblijvend offertes aan bij verhuurders in jouw regio.

Wat is het verschil tussen kVA en kW?

kW is het werkelijke vermogen, kVA het schijnbare vermogen. Vuistregel bij aggregaten: kW ≈ 0,8 × kVA. Een 10 kVA-aggregaat levert dus ongeveer 8 kW aan bruikbaar vermogen.

Hoeveel marge moet ik aanhouden?

Reken 20 tot 30% boven je berekende piekvermogen. Op een bouwplaats of bij zware motoren houd je 30% aan; voor lichte toepassingen volstaat 20 tot 25%.

Wanneer kies ik een silent aggregaat?

In woonwijken, bij evenementen en overal waar geluidsnormen gelden. De vermogensberekening blijft precies hetzelfde; alleen het type aggregaat verschilt.

Lees ook